Knolselderij is de stevige knol van de selderijplant. De knol groeit voor een deel onder de grond en wijkt daarin af van zijn familieleden: de bladselderij en bleekselderij. De knol is bruingeel van kleur, het vruchtvlees is lichter en heeft een milde, kruidige smaak. Vooral de knol is belangrijk voor de teelt, maar je kunt ook de bladeren eten, bijvoorbeeld in de soep. Vaak wordt in het vroege voorjaar knolselderij met een toefje loof in de handel gebracht.

Bereidingswijze

Waar let ik op bij het schoonmaken en bereiden van knolselderij?  

Was de knolselderij grondig onder stromend water en borstel de grond zo nodig weg. Snij voor gebruik de knollen in plakken. Schil de plakken en snij ze in reepjes of blokjes. Om de verkleuring bij het koken tegen te gaan kun je hem direct na het snijden besprenkelen met wat citroen of azijn. Dit is echter niet strikt noodzakelijk, tegenwoordig verkleurt de knolselderij bij het koken minder dan vroeger. 

Bereidingstijden van knolselderij:  

Koken: ca. 15 minuten  

Stoven: ca. 20 minuten

 

knolselderij

Kopen en bewaren

Waar let ik op bij het kopen van knolselderij?  

Let er op dat de knol stevig en droog is. Als er blad aan zit, dan moet dit frisgroen zijn. 

Hoe bewaar ik knolselderij?  

Op een koele, droge plaats (12-15 °C) is knolselderij zonder loof ongeveer 3 weken houdbaar. Een aangesneden knol bewaar je tot maximaal 1 week in vershoudfolie in de koelkast. Wil je rauwe knolselderij invriezen, blancheer hem dan eerst ca. 2-4 minuten. Hij is daarna, net als gare knolselderij, tot 12 maanden in de diepvries (bij minimaal -18 °C) houdbaar.